Je eigen knotwilg planten
Als je niet in staat bent mee te werken aan het behoud van de bestaande knotbomen, maar knot bomen wel heel mooi vindt, dan volgen hieronder nog een aantal tips om je eigen knotboom te planten.
Plant een nieuwe knotboom
Van alle knotbomen is de knotwilg het meest eenvoudig te planten. Zaag een rechte tak van zo’n 2,5 á 3 meter lengte van een schiet- of kraakwilg. Snijd de onderkant schuin af. Schil repen bast van de onderste meter. Steek de staak circa een meter diep in de grond. Plant de nieuwe knotwilgen op een onderlinge afstand van 4 tot 8 meter. Ook populieren kunt u op deze wijze stekken en poten. Voor andere soorten knotbomen moet u gebruik maken van bewortelde jonge bomen.
Zorg voor stevigheid en bescherming tegen vee
Plaats op erg winderige plekken twee boompalen naast de nieuwe knotbomen en bind deze er met boombanden aan vast. Bescherm de jonge aanplant tegen veevraat door de bomen individueel te voorzien van een boomkorf of op 1 meter afstand van de bomenrij een raster te plaatsen. Na enige jaren kunt u het raster verwijderen. In weiland met paarden en geiten kunt u het beter laten staan.
Zorg voor een goede ontwikkeling van de kruin
Snijd regelmatig de loten die uit de stam groeien weg, met uitzondering van de topscheuten. In de tweede winter na het jaar van aanplant kunt u het aantal topscheuten terugbrengen tot zo’n 8 á 12. Dit heet stikken.
Knot regelmatig
Verwijder regelmatig alle takken van de kruin. Voor wilg en populier geldt daarbij een frequentie van eens in de vier tot zes jaar. Knot een els na ieder vijf tot zeven jaar en een es een keer in de zeven tot tien jaar. Bij knotwilgen geeft langer wachten een risico voor het optreden van watermerkziekte. Bovendien is het wegwerken van achterstallig onderhoud een arbeidsintensief en lastig karwij. Haal eventueel na iedere knotbeurt kort na het eerste groeiseizoen zoveel takken weg dat er zo’n tien tot twintig (afhankelijk van de ouderdom van de boom) overblijven.
Zaag de takken niet te kort af
Laat bij het knotten stompjes tak van ongeveer drie tot vijf centimeter lang staan. Er ontstaan dan eerder holten in de knot dan wanneer u takken kort op de kruin afzet. Holten zijn gunstig voor holenbroeders en eenden.
Geef het geknotte hout een bestemming
De vrijkomende dikke takken kunt u voor brandhout bestemmen. De dunne takken van wilg zijn geschikt voor oeverbeschoeiing, maar u kunt ze ook in een takkenhoop of takkenwal verwerken.
Tekst overgenomen uit:
Handboek Agrarisch Natuurbeheer, 2001 Landschaps-beheer Nederland, Utrecht.
Meer informatie over de knotboom kunt u vinden in:
* Isabelle van den Hurk, Knotbomen, 1995, 32 blz. met tekeningen en foto’s, Landschapsbeheer Nederland, Utrecht. Een uitvoerige handleiding voor het planten en onderhouden van knotwilgen en andere geknotte bomen.
